Exmar verslag 2025

3.2 Milieu 105 3.2.5.4 HEFBOMEN VOOR DECARBONISATIE Hulpmiddelen voor decarbonisatie verwijzen naar strategische maatregelen die worden genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de duurzaamheid te verbeteren en industrieën te laten overschakelen naar een koolstofarme economie. Deze hulpmiddelen spelen een cruciale rol bij het tegengaan van klimaatverandering en het waarborgen van naleving van wereldwijde regelgeving. Bij EXMAR ligt de focus op twee primaire middelen voor decarbonisatie, in overeenstemming met de acties die we hierboven beschreven: energie- efficiëntie en brandstoftransitie. Door dit naar voor te schuiven, willen we onze activiteiten optimaliseren, de koolstofintensiteit verminderen en bijdragen aan een duurzamere maritieme en energiesector. De kwantitatieve bijdrage van onderstaande (en mogelijks aanvullende) hefbomen zal worden bepaald na een grondige analyse van de factoren die ten grondslag liggen aan onze CO 2 -voetafdruk. We verwachten dat de absolute uitstoot op korte termijn zal stijgen als gevolg van de uitbreiding van de vloot. Op langere termijn kunnen de dual-fuel schepen (LPG en NH 3 ) als hefboom dienen met, wellicht, de grootste bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Ze zullen tevens een aanzienlijk effect hebben op de broeikasgasintensiteit van de vloot. 3.2.5.4.1 Energie-efficiëntie Sterk ontwerp EXMAR ondersteunt onderzoek voor emissiearme technologieën en onderzoekt het gebruik van commercieel interessante schepen die worden aangedreven door brandstof met een lage of geen uitstoot. We verwachten dat dit effect op middellange tot lange termijn geleidelijk zal zijn. Daarom evalueert EXMAR voortdurend de commerciële haalbaarheid van zijn vloot en investeert en desinvesteert het actief om een state-of-the-art vloot te behouden. De nieuwste aanwinsten in onze vloot zijn innovatief ontworpen ommilieuprestaties te verbeteren in vergelijking met hun concurrenten. Zo varen twee van onze ‘Very Large Gas Carriers’ (VLGC) en twee ‘Midsize Gas Carriers’ (MGC) al op LPG als brandstof en hebben ze een lager EEDI-niveau dan vereist. LPG heeft een potentieel voor een vermindering van de broeikasgasemissies van 20% gedurende de levensduur in vergelijking met HFO. Alle nieuwe schepen zullen worden uitgerust met een asgenerator, waardoor de totale energie-efficiëntie tijdens het varen wordt verbeterd. Efficiënte werking De Carbon Intensity Index (CII) houdt de effectieve CO 2 -uitstoot van een schip bij in verhouding tot het type en de grootte ervan. De CII van elk schip wordt jaarlijks geëvalueerd en zal tegen 2050 steeds strenger worden. Maatregelen ter verbetering van de CII zijn opgenomen in het Shipboard Energy Efficiency Management Plan (SEEMP), dat momenteel verder gaat dan de wettelijke vereisten door te voldoen aan de ISO 50001-certificering. De impact van de EEXI-regelgeving op onze bestaande vloot is beoordeeld. 3.2.5.4.2 Brandstofwisseling Innovatie en engineering Onze activiteiten spelen een actieve rol op weg naar decarbonisatie door de alternatieve brandstoffen te leveren die nodig zijn voor de energietransitie. We investeren in onderzoek en ontwikkeling naar het potentieel van koolstofneutrale brandstoffen zoals (groene) waterstof en (groene) ammoniak om de industrie te helpen haar doelstelling van koolstofneutraliteit te bereiken. Bovendien vraagt het potentieel van koolstofafvang voor opslag om transportmiddelen. Hierom neemt EXMAR actief deel aan de ontwikkeling van CO 2 -dragers. Gasmoleculen als overgang In het kader van onze joint venture met Seapeak zijn we van plan om in de komende drie jaar vier ammoniak- en tien extra LPG-aangedreven MGCs aan de scheepsvloot te leveren. Deze zullen een belangrijke hefboom zijn voor de wereldwijde scheepsvloot, aangezien LPG en groene ammoniak een reductiepotentieel hebben van respectievelijk 20% en 97% in de totale broeikasgasemissies gedurende hun levensduur (in vergelijking met de standaard HFO-brandstof). Dit zullen de eerste motoren op ammoniak zijn en een startpunt zijn voor een aanzienlijke vermindering van de wereldwijde scheepvaartemissies. Bevrachters als belangrijke partner in onze transitie Onze activa worden verhuurd aan klanten. De installatie van middelen ter decarbonisatie en maatregelen op het gebied van OpEx en CapEx zijn afhankelijk van hun ESG-strategie en transitieplannen. In 2024 is een project gestart om 'digitale tweelingen' van scheepsprestaties te creëren. Gedurende 2025 is de projectontwikkeling voortgezet en binnenkort kunnen we deze in verschillende formaten gebruiken. De digitale tweelingen kunnen zowel de eigenaar als de charteraar stimuleren om de best mogelijke scheepsprestaties te behalen en zo de uitstoot te verminderen. Daarnaast is er een transitie gaande om koelmiddelen te vervangen door een alternatief met een lager aardopwarmingsvermogen (‘Global Warming Potential’ – GWP). Ten slotte hebben we een overeenkomst met de chartermaatschappij van de Eemshaven LNG om walstroom en restwarmte aan boord van het schip te gebruiken, waardoor in 2024 4,600 ton aardgas minder wordt verbrand en de uitstoot van broeikasgassen drastisch wordt verminderd.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==