Exmar verslag 2025

5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 206 Niet- financiële activa De boekwaarden van niet financiële activa, uitgezonderd uitgestelde belastingvorderingen, worden op iedere balansdatum getoetst om na te gaan of er aanwijzingen zijn dat zij mogelijk een waardevermindering hebben ondergaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. g. Activa aangehouden voor verkoop Vaste activa, of groepen activa en verplichtingen die worden afgestoten en waarvan wordt verwacht dat ze hoofdzakelijk zullen worden gerealiseerd door verkoop en niet door voortgezet gebruik, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, wordt de waardering van het actief herzien op basis van de waarderingsregels van de Groep. Nadien worden de activa (of groep van activa) gewaardeerd tegen het laagste van de boekwaarde en de reële waarde van het activa, verminderd met verkoopkosten. Immateriële activa en materiële vaste activa aangehouden voor verkoop worden vervolgens niet langer afgeschreven. Verder wordt ook de vermogensmutatie niet langer toegepast na herclassificatie voor geassocieerde ondernemingen en joint ventures. h. Personeelsbeloningen Toegezegde bijdrageregelingen (“vaste bijdrage-plan”) Verplichtingen met betrekking tot toegezegde bijdrageregelingen worden geboekt als een kost in winst of verlies wanneer ze zich voordoen. Toegezegde pensioenregelingen (“te bereiken doel-plan”) De netto verplichting van de Groep uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen wordt voor iedere regeling afzonderlijk berekend door een schatting te maken van de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in de verslagperiode en voorgaande perioden, waarbij dat bedrag verdisconteerd wordt en verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De berekening van toegezegde pensioenverplichtingen wordt jaarlijks uitgevoerd door een gekwalificeerde actuaris volgens de ‘projected unit credit’-methode. Wanneer de berekening resulteert in een positief saldo voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan de contante waarde van economische voordelen in de vorm van eventuele toekomstige terugstortingen door het fonds of lagere toekomstige pensioenpremies. Bij de berekening van de huidige waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsverplichtingen die van toepassing zijn op de afzonderlijke regelingen van de Groep. Herwaarderingen van de netto-toegezegde pensioenverplichting, die bestaan uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op fondsbeleggingen (exclusief rente) en het effect van het actiefplafond (indien aanwezig, exclusief rente), worden direct verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de netto intrestkost (-opbrengst) op de netto-toegezegde pensioenverplichting (het actief) over de verslagperiode door de disconteringsvoet die is gebruikt voor het bepalen van de toegezegde pensioenverplichting aan het begin van de het jaar, toe te passen op de toenmalige netto- toegezegde pensioenverplichting (actief), rekening houdend met eventuele wijzigingen in de netto toegezegde pensioenverplichting (actief) gedurende de periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Netto-rentelasten en overige kosten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen worden verwerkt in winst of verlies. Belgische toegezegde bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement Belgische toegezegde bijdrageregelingen vallen onder toepassingsgebied van de Wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen, (hierna ‘WAP’ genoemd). Volgens artikel 24 van deze wet is de werkgever verplicht een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever te garanderen en dit voor betaalde bijdragen tot 31 december 2015. Vanaf januari 2016 dient de werkgever een gemiddeld minimum rendement van 1,75% te garanderen op zowel werknemers- als werkgeversbijdragen (zoals gewijzigd door de Wet van 18 december 2015). Deze minimum rendementsgarantie overtreft over het algemeen het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen, worden niet alle actuariële en investeringsrisico’s overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de IFRS-definitie van toegezegde bijdragenregeling en worden ze als een te bereiken doel-plan geclassificeerd. Een actuariële berekening in overeenstemming met IAS 19 gebaseerd op de ‘projected unit credit (PUC)’-methode wordt uitgevoerd in dit verband.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==