Exmar verslag 2025

5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 226 In 2025 hebben de verwervingen betrekking op aanbetalingen voor drie van de vier nieuw te bouwen Suezmax-schepen, geactiveerde droogdokkosten in het segment Shipping en de uitoefening van de vervroegde afkoopoptie voor één drukschip. In 2025 werden drie drukschepen verkocht, wat resulteerde in een winst van USD 5,5 miljoen (zie Toelichting 5 – Winst bij verkoop). Twee drukschepen werden in 2025 overgeboekt naar activa aangehouden voor verkoop, waarbij één verkoop in 2025 werd afgerond (met winst opgenomen in de winst bij verkoop in 2025) en een tweede met een verwachte levering in het eerste kwartaal van 2026 (USD 8,7 miljoen). Het effect voor de twee schepen is een daling van de nettoboekwaarde in het segment Shipping van USD 15,4 miljoen. De schepen zijn verpand gegeven als zekerheid voor de gerelateerde onderliggende verplichtingen. We verwijzen naar Toelichting 26 Leningen voor meer informatie over deze onderliggende verplichtingen. WAARDEVERMINDERING Voor de schepen dewelke in volle eigendom worden aangehouden, werden interne en externe aanwijzingen geëvalueerd dewelke aangeven dat de vloot al dan niet getest dient te worden op het bestaan van een mogelijke waardevermindering. De boekwaarde van de vloot wordt vergeleken met de realiseerbare waarde van de vloot, dewelke de hoogste waarde is van de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de gebruikswaarde. De reële waarde minus verkoopkosten is gebaseerd op de gemiddelde reële marktwaarde zoals vastgesteld door twee onafhankelijke scheepsmakelaars of recente markttransacties voor vergelijkbare activa. De reële waarde wordt gecorrigeerd met een gemiddelde makelaarscommissie, dewelke moet worden betaald wanneer een schip wordt verkocht. De gebruikswaarde is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun huidige waarde en rekening houdende met de huidige marktverwachtingen met betrekking tot vrachttarieven, tewerkstelling en operationele kosten. Het model bevat bovendien ook assumpties voor onder meer toekomstige huuropbrengsten, duurtijd van het contract en de inactiviteitsperiode tussen twee contracten. De operationele kasstromen zijn gebaseerd op interne informatie en een gevoeligheidsanalyse wordt uitgevoerd voor iedere assumptie. Het verdisconteerde kasstroommodel gebruikt door het management omvat kasstromen voor de resterende levensduur van de vloot in eigendom. Kasstromen voor de eerste drie jaren worden door het management ingeschat op basis van ervaringen uit het verleden en de huidige marktverwachtingen met betrekking tot volumes en vrachttarieven. Vrachttarieven en operationele kosten na deze periode van drie jaar worden verwacht te evolueren in lijn met de geschatte inflatie. De gebruikte disconteringsvoet is een gewogen gemiddelde kapitaalkost van 10,7% voor het segment LPG-scheepvaart (2024: 11,2%), 8,0% voor het segment LNG-scheepvaart (2024: 9,5%) en 10,0% voor het segment Infrastructure (2024: 12,2%). Voor schepen onder joint venture eigendom worden de triggers voor een waardevermindering op dezelfde manier geëvalueerd als voor de vloot in volledige eigendom. We verwijzen in dit verband naar Toelichting 16 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Zowel in 2025 als in 2024 boekte EXMAR geen waardeverminderingen.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==