Exmar verslag 2025

3.2 Milieu 109 BU ACTIVITEITS- BESCHRIJVING AFGELEIDE VERORDENING, BIJLAGE I IN AANMERKING KOMEND? JA NEE SHIPPING Scheepsvloot die betrokken is bij het vervoer van ammoniak en LPG ■  H50.20/6.10: Vervoer van goederen over zee en langs de kust ■  H50.10/6.12: Modernisering van zeevaart en kustvaart voor vracht- en passagiersvervoer ■  Geen specifieke NACE-code/4: Energie H50.20/6.10 ■ Specifieke NACE-code/4: EXMAR-scheepvaart vervoert energie. Deze gedelegeerde handeling richt zich op energieopwekking, energieproductie en opslag van elektriciteit, waterstof en thermische energie. INFRASTRUCTUUR Exploitatie van FSRU- en FLNG- eenheden en accommodatie- pontons ■ Geen specifieke NACE-code/4.11: Energie – opslag van thermische energie ■  D35.11/4.3: Energie – Elektriciteitsopwekking uit wind- energie bouw of exploitatie van elektriciteits- opwekkingsinstallaties die elektriciteit produceren uit wind- energie ■ Specifieke NACE-code/4.11: EXMAR transformeert en zorgt voor de opslag van energie. Deze gedelegeerde handeling heeft betrekking op geothermische energie. ■  D35.11/4.3 & M71.12/9.1: De engineeringdiensten van EXMAR zijn niet uitsluitend gericht op de aanpassing aan klimaatverandering. Ondersteunende diensten & engineering (DVO/EOC) ■  M71.12/9.1: Engineeringactiviteiten en aanverwante technische consultancy gericht op de aanpassing aan klimaatverandering DIENSTEN EXMAR Ship Management (België, India, Singapore & Seavie Caribbean) ■  H50.20/6.10: Vervoer van goederen over zee en langs de kust ■  H50.10/6.11: Personenvervoer over zee en langs de kust ■  D35.11/4.3: Energie – Elektriciteitsopwekking uit wind- energie bouw of exploitatie van elektriciteits- opwekkingsinstallaties die elektriciteit produceren uit wind- energie ■  F42/7.6: Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie H50.20/6.10 ■  D35.11/4.3 - H50.10/6.11 - F42/7.6: Het aandeel van diensten in verband met personenvervoer of mogelijke opname in verband met offshore wind- en fotovoltaïsche zonne-energiesystemen is onbeduidend. 3.2.6.2 BEOORDELING VAN DE AFSTEMMING Waar ‘eligibility’ betrekking heeft op het potentieel van een bedrijf om bij te dragen aan een duurzame toekomst, geeft de afstemming (‘alignment’) van activiteiten een beeld van onze huidige duurzaamheidsstatus. Afstemming op de taxonomie houdt in dat een activiteit voldoet aan de eisen die specifiek voor deze activiteit in de taxonomie worden genoemd. Kortom, een activiteit is alleen in overeenstemming als deze voldoet aan:  de technische screeningcriteria (TSC), die de voorwaarden definiëren waaraan economische activiteiten moeten voldoen om als ecologisch duurzaam te worden beschouwd  de criteria om geen significante schade te berokkenen (‘Do No Significant Harm’ - DNSH), die ervoor zorgen dat activiteiten substantieel bijdragen aan milieudoelstellingen en tegelijkertijd schade aan andere doelstellingen voorkomen  de minimale waarborgen die aan deze activiteit zijn gekoppeld, bestaande uit een reeks normen die de naleving van mensenrechten, arbeidsrechten, omkoping, belastingheffing en eerlijke concurrentie waarborgen. Op basis van het bovenstaande is als eerste stap beoordeeld of onze activiteiten voldoen aan de technische screeningcriteria. Voor de scheepvaart in het algemeen is een cruciale eis in de lijst van criteria die van nul directe CO 2 -uitstoot uit de uitlaat. Er geldt een overgangsperiode tot eind 2025 waarin een bepaald aantal directe emissies is toegestaan, afhankelijk van het gebruik van het schip. Over het algemeen voldoen schepen aan de criteria als ze minimaal 25% van hun energie halen uit brandstoffen zonder directe CO 2 -uitstoot. Momenteel zijn dergelijke brandstoffen echter nog maar in zeer beperkte mate beschikbaar en moeten er nog technologische doorbraken worden gerealiseerd. Onze schepen Flanders Pioneer en Flanders Innovation, evenals nieuw gebouwde schepen (dual- fuel motor, geschikt voor LPG of ammoniak) voldoen aan het substantiële criterium 1d (Commission Delegated Regulation (EU) 2021/239, L442/111): "Wanneer het technologisch en economisch niet haalbaar is om te voldoen aan het criterium van nul directe CO 2 -uitstoot uit de uitlaat, moeten de schepen tot 31 december 2025 een energie- efficiëntie ontwerpindex (EEDI) hebben die 10 % lager is dan de EEDI-vereisten die op 1 april 2022 van toepassing zijn, indien de schepen kunnen varen op brandstoffen met nul directe (uitlaat) CO 2 -uitstoot of op brandstoffen uit hernieuwbare bronnen."

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==