Exmar verslag 2025
3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 63 3.1.2 Context 3.1.2.1 REGELGEVEND KADER EXMAR is een wereldwijd opererende rederij die drijvende oplossingen biedt voor de exploitatie, het transport en de transformatie van gas. Actief in een sterk gereguleerde sector, zijn we onderworpen aan strikte kaders die gericht zijn op het waarborgen van veiligheid, kwaliteit en naleving, waarbij rekening wordt gehouden met, alsook respect getoond voor, het klimaat en het milieu. Deze regelgeving/kaders omvatten: Europese regelgeving als onderdeel van de EU Green Deal en het 'Fit for 55’-pakket: een routekaart om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, met als doel om de uitstoot in de EU al in 2030 met 55% te verminderen. Wettelijke voorschriften die zijn vastgesteld door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en door vlaggenstaten zijn opgenomen in hun nationale wetgeving. Classificatieregels gedefinieerd door de classificatiebureaus van schepen of drijvende infrastructuur. Specifieke vereisten vanuit de industrie of onze klanten die van toepassing kunnen zijn op projecten en/of scheepsactiviteiten. EXMAR voldoet aan alle toepasselijke internationale en lokale regelgeving en behaalde specifieke ISO-certificeringen. Hiermee houden we vast aan hoge normen en zijn we in staat om effectief te concurreren, het vertrouwen van klanten op te bouwen en te voldoen aan strenge regelgeving. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste regelgeving, kaders en certificeringen. 3.1.2.1.1 Internationale Maritieme Organisatie (IMO) De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is een gespecialiseerd VN-agentschap, verantwoordelijk voor de veiligheid en beveiliging van de scheepvaart en de preventie van mariene en atmosferische vervuiling door schepen. De IMO stelde als doel om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) door de internationale scheepvaart tot nul terug te brengen tegen 2050, waarbij wordt gestreefd naar een stapsgewijze vermindering van de BKG-uitstoot met ten minste 20 % (maar streven naar 30 %) tegen 2030 en 70% (streven naar 80 %) tegen 2040. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten technologieën, brandstoffen en/of energiebronnen met een uitstoot van nul of bijna nul tegen 2030 ten minste 5% van de energie vertegenwoordigen die door de internationale scheepvaart wordt gebruikt, vergeleken met referentiejaar 2008. Als onderdeel van de toezegging van de IMO moeten schepen momenteel twee ratings berekenen: de behaalde energie-efficiëntie-index voor bestaande schepen (‘Energy Efficiency Existing Ship Index’ - EEXI) om hun energie-efficiëntie te bepalen de jaarlijkse operationele koolstofintensiteit en de bijbehorende (‘Carbon Intensity Indicator’ - CII) Emissiegegevens worden verzameld via het IMO ‘Data Collection System’ (DCS): een rapportagetool voor schepen met een bruto tonnage van meer dan 5,000 ton. Sinds 2023 worden geaggregeerde DCS-gegevens gebruikt om de CII van een schip te berekenen en aan het einde van elk kalenderjaar aan de vlaggenstaat gerapporteerd. Gegevens zoals brandstofverbruik, afgelegde afstand en vaartijd worden geaggregeerd en vormen de basis voor de CII-rating . De emissiegegevens van EXMAR-schepen worden door een classificatiebureau geverifieerd volgens IMO DCS. Verdere ambities in het IMO Net-Zero Framework (NZF) zijn onder meer de invoering van een ‘Greenhouse Gas Fuel Intensity’ (GFI)-rating, waarbij de emissies doorheen de volledige levenscyclus van een brandstof (van productie tot verbranding) worden gemeten, en de mogelijke oprichting van een IMO ‘Net-Zero Fund’, een prijsmechanisme dat bedoeld is als wereldwijde koolstofheffing. Hoewel dit al in 2025 werd verwacht, is de invoering ervan nog niet gerealiseerd, vermits de lidstaten geen consensus bereikten over het prijsmechanisme en de technische details. 3.1.2.1.2 EU-emissiehandelssysteem (EU ETS) Een van de belangrijkste onderdelen van het ‘Fit for 55’-pakket is het EU-emissiehandelssysteem (‘EU Emission Trading System’ – EU ETS). Dit vormt een belangrijk instrument voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Vanaf 2024 vallen ook de emissies van zeevervoer onder het toepassingsgebied van dit systeem. EU ETS legt een prijs op koolstof en maakt gebruik van het ‘cap-and-trade’-principe. Elk jaar moeten entiteiten die onder het ETS vallen, EU-emissierechten (‘EU Emission Allowances’ - EUA's) kopen die overeenkomen met hun broeikasgasemissies. Eén EUA staat gelijk aan het recht om één ton CO 2 uit te stoten. Er wordt een limiet vastgesteld voor de totale hoeveelheid broeikasgasemissies die per sector mag worden uitgestoten en dus ook voor het aantal emissierechten dat per jaar op de markt wordt gebracht. Elk jaar wordt de limiet verlaagd in overeenstemming met de EU-klimaatdoelstelling, wat resulteert in een geleidelijke vermindering van de totale uitstoot. Door het vastleggen van een absolute limiet voor de uitstoot en deze te koppelen aan EUA's, ontstaat er een beperkt aanbod met economische waarde. Dit systeem doelt erop dat de koolstofprijs investeringen in koolstofarme technologie bevordert en beloont.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==