Exmar verslag 2025

3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 64 In eerste instantie had EU ETS betrekking op CO 2 -emissies van schepen met een bruto tonnage van meer dan 5,000, ongeacht de vlaggenstaat. Het omvat alle emissies van schepen die een EU-haven aandoen voor reizen binnen de EU (intra-EU) en 50% van de emissies van reizen die buiten de EU beginnen of eindigen (extra-EU). Om een soepele overgang te garanderen, geldt een overgangsperiode. Rederijen hebben 40% van hun gerapporteerde emissies voor 2024 betaald en zullen 70% en 100% van de gerapporteerde emissies voor, respectievelijk, 2025 en 2026 betalen. De financiële impact op het nettoresultaat van EXMAR zal naar verwachting minimaal zijn. In onze ‘time-charter’ contracten voorzien sectorale standaardovereenkomsten specifieke bepalingen met betrekking tot kosten gerelateerd aan EU ETS. Hierdoor wordt de financiële verantwoordelijkheid voor de naleving ervan duidelijk gedefinieerd tussen de contractuele partijen. Voor vervoersovereenkomsten (‘voyage contracts’) zijn de nalevingskosten van EU ETS geïntegreerd in het vrachttarief, zodat economische gevolgen van de naleving op passende wijze tot uiting komen in de commerciële voorwaarden. Vanaf 1 januari 2026 wordt het toepassingsgebied van de EU ETS uitgebreid met de rapportage van methaan (CH 4 ) en stikstofoxide (N 2 0). Schepen die gedurende twee of meer opeenvolgende periodes niet aan de regelgeving voldoen, kan de toegang tot EU-havens worden geweigerd. Aangezien bedrijven voldoende emissierechten moeten inleveren om hun jaarlijkse emissies volledig te verantwoorden, is een degelijke monitoring en rapportage van emissies van cruciaal belang. Daarom is de EU ETS samengevoegd met de EU-verordening inzake monitoring, rapportage en verificatie (EU MRV), die bedrijven verplicht om jaarlijks de emissies en andere relevante informatie voor elk van hun schepen te monitoren. Om een consistente en vergelijkbare monitoring te garanderen, moeten bedrijven hun methodologie documenteren in een monitoringplan, met inbegrip van volledige en transparante documentatie over, bijvoorbeeld, de emissiebronnen van schepen. 3.1.2.1.3 FuelEU Maritime In 2025 is de ‘FuelEU Maritime’-verordening in werking getreden. Deze verordening stelt een progressieve limiet vast voor de broeikasgasintensiteit van de brandstoffen die worden verbruikt aan boord van schepen die binnen de Europese Unie varen, met inbegrip van schepen die aankomen en vertrekken in het internationale handelsverkeer. De limiet voor de broeikasgasintensiteit zal in opeenvolgende fasen van vijf jaar worden aangescherpt, waardoor een geleidelijke vermindering van de broeikasgasemissies in de maritieme sector wordt gestimuleerd. FuelEU Maritime is de eerste wetgeving die rekening houdt met ‘Well-to-Wake’ (WTW) broeikasgasemissies, die de volledige levenscyclus van emissies omvat, met inbegrip van CO 2 , N 2 O en CH 4 . Volgens de verordening zijn conventionele fossiele brandstoffen, zoals zware stookolie (HFO) en scheepsgasolie (MGO), vanaf het begin niet conform. Vloeibaar petroleumgas (LPG) en vloeibaar aardgas (LNG) blijven daarentegen conform tot 2039. Voor alternatieve brandstoffen (bijvoorbeeld biobrandstoffen) hangt de conformiteit af van de duurzaamheid van de productie, die moet worden gecertificeerd in overeenstemming met de EU-richtlijn inzake hernieuwbare energie (‘Renewable Energy Directive’ - RED). Ten slotte wordt koolstofarme ammoniak binnen dit kader aangemerkt als een van de toekomstige conforme brandstoffen na 2050. Het niet naleven van de voorgeschreven limieten voor broeikasgasintensiteit leidt tot een FuelEU- boete. Desalniettemin, wordt pooling toegestaan om naleving te kunnen garanderen: het groeperen van schepen die wel en niet aan de normen voldoen om een gemiddelde broeikasgasintensiteit te bereiken die binnen de toegestane limieten valt. Door strategische investeringen in schepen op dubbele brandstof – of ‘dual-fuel’ schepen - die op ammoniak of LPG kunnen varen, positioneert EXMAR zich voor langdurige compliance en veerkracht binnen een veranderend regelgevingslandschap. Bovendien worden de kosten voor naleving van FuelEU Maritime aangekaart in onze time-charterovereenkomsten, waarin de verantwoordelijkheid hiervoor contractueel wordt vastgelegd en toegewezen. 3.1.2.1.4 Maritiem Arbeidsverdrag Het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC, 2006) van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) definieert uitgebreide rechten en normen voor zeevarenden om degelijke arbeids- en levensomstandigheden in de wereldwijde scheepvaartindustrie te waarborgen (bijv. lonen, huisvesting, werk- en rusttijden en sociale zekerheid). EXMAR zorgt ervoor dat het MLC met betrekking tot dergelijke omstandigheden voor alle zeevarenden strikt wordt nageleefd. Ons veiligheidsbeheersysteem (‘Safety Management System’ - SMS) omvat robuuste procedures met als doel incidenten te voorkomen en problemen zoals vermoeidheid, welzijn aan boord en personeelsbehoud aan te pakken. We geven prioriteit aan (ondersteuning voor) geestelijke gezondheid, bieden competitieve verloning en loopbaanontwikkeling, zorgen voor een eerlijk roulatiebeleid en voldoende verlof aan wal om de balans tussen werk en privéleven te verbeteren en richten ons op een positieve en inclusieve werkcultuur.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==