Exmar verslag 2025
3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 77 3.1.3.3 DUBBELE MATERIALITEITSRESULTATEN 3.1.3.3.1 Onze materiële IROs koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR Materiële IROs met betrekking tot klimaatverandering (E1) Met betrekking tot klimaatverandering werden acht effecten en één financieel risico als materieel voor EXMAR beoordeeld. Positieve effecten 1. Brandstoftransitie: Bij EXMAR onderzoeken we duurzamere opties binnen onze sector, waarbij we ons richten op 'gasmoleculen als overgang' via de projecten die we, onder andere, uitvoeren op het gebied van duurzame energiebronnen en energiezekerheid. We stellen onze kennis en expertise ook ter beschikking aan onze klanten, met als doel hen te helpen bij de overgang van houtverbranding, steenkool en olie naar alternatieve koolstofarme brandstoffen (gasmoleculen). 2. Ammoniak als meststof: Ondanks de aanzienlijke milieu-impact van grijze ammoniak, is het belangrijk te erkennen dat van ammoniak afgeleide stikstofmeststoffen de voedselproductie van bijna de helft van de wereldbevolking ondersteunen. Dit benadrukt de cruciale rol van ammoniaktransport in de strijd tegen honger en bij het waarborgen van de wereldwijde voedselzekerheid. Negatieve effecten 1. Beleggingsportefeuille: Het grootste deel van onze vloot maakt deel uit van onze joint ventures. Hoewel we het merendeel van de emissies van deze schepen niet rapporteren – aangezien deze verband houden met on-hire brandstof en dus moeten worden toegeschreven aan de charterpartij – erkennen we de aanzienlijke omvang en impact van deze emissies. 2. Schepen die op conventionele brandstof varen: Tot op heden varen veel van de schepen op conventionele brandstoffen die broeikasgassen uitstoten, wat een aanzienlijk deel van onze scope 3-emissies omvat (aangezien de bevrachter de brandstof koopt). Sommige schepen varen op alternatieve brandstoffen, zoals LPG of biobrandstof. 3. Infrastructuureenheden die conventionele brandstof gebruiken: De infrastructuureenheden gebruiken conventionele brandstof om te functioneren. 4. Broeikasgasemissies in verband met de productie, het transport van reserveonderdelen en diensten, en zakenreizen: De exploitatie en het onderhoud van de vloot, de daarmee samenhangende reizen van de bemanning alsook de aankopen worden voornamelijk intern georganiseerd. 5. Transport en transformatie van koolwaterstoffen: Het transport en de transformatie van koolwaterstoffen vormen de kernactiviteit van EXMAR. Er is een indirecte bijdrage aan de broeikasgasemissies via de klanten van EXMAR, aangezien de winning van koolwaterstoffen veel broeikasgasemissies veroorzaakt en geen hernieuwbare energiebron is. 6. Transport van ammoniak: EXMAR vervoert voornamelijk grijze ammoniak (emissie-intensieve winning). Daardoor dragen we indirect negatief bij aan de broeikasgasemissies. De schepen zijn echter ook in staat om koolstofarme ammoniak te vervoeren en staan klaar om de industrie te ondersteunen wanneer de behoefte aan het vervoer van koolstofarme ammoniak toeneemt. Risico's Naast het bovenstaande hebben we 'energietransitie' gedefinieerd als een materieel risico voor EXMAR. De energietransitie is in volle gang, waarbij wordt afgestapt van olie en gas en wordt overgestapt op meer elektrificatie, de inzet van hernieuwbare energie, distributie- en opslaginfrastructuur, en de invoering van opkomende koolstofarme technologieën zoals biogas, groene waterstof en ammoniak. We proberen dit risico om te zetten in een opportuniteit door te investeren in schepen die op alternatieve brandstoffen (LPG of ammoniak) varen of in schepen en infrastructuureenheden die gebruik kunnen maken van walstroom. Het risico van de energietransitie werd geïdentificeerd als een klimaatgerelateerd transitierisico. Er werden geen materiële klimaatgerelateerde fysieke risico's geïdentificeerd in de activiteiten van EXMAR of in de waardeketen. Bij de bouw van schepen (schepen of infrastructuureenheden) voeren we zeer grondige veiligheidsstudies uit om ervoor te zorgen dat ze bestand zijn tegen stormen en de gevolgen van klimaatverandering op zee kunnen weerstaan. Bovendien moet worden opgemerkt dat onze huidige beoordeling van transitierisico's slechts één klimaatgerelateerd scenario gebruikt: het IMO-traject dat tot doel heeft de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een beperking van de stijging tot 1,5°C. Hoewel de
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==