Exmar verslag 2025

3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 87 Deze investeringen tonen aan hoe EXMAR een voortrekkersrol vervult in het gebruik van schonere en duurzamere scheepsbrandstoffen en investeert in (nieuwe) technologie ën die de uitstoot aanzienlijk verminderen. Ten tweede zetten we ons in om de duurzaamheid binnen de maritieme sector te verbeteren, maar geloven we ook in een gediversifieerde energiemix. Onze recentste investering in olietankers is daarom nog steeds relevant en stelt ons in staat om onze middelen te diversifiëren en tegelijkertijd te profiteren van gunstige trends op de scheepvaartmarkt. De toevoeging van deze schepen met een hoge capaciteit en scrubbers benadrukt onze strategische focus op groei, efficiëntie en langdurig marktleiderschap in het tanksegment. Ten slotte investeren we ook in digitale tools, zowel in onze kantoren als aan boord van onze schepen, waardoor onder andere de datakwaliteit wordt verbeterd. Stijging van de arbeidskosten De meeste van onze schepen varen onder een EU-vlag – een aanzienlijk deel onder Belgische of Franse vlag – wat onze bemanningskosten verhoogt. Deze vlaggen brengen strengere regels met zich mee, zoals strengere arbeidsvoorschriften, wat resulteert in hogere arbeidskosten dan bij onze concurrenten. We willen ons echter aan deze voorschriften blijven houden, omdat ze ons aantrekkelijker maken voor onze klanten en werknemers, door een hoger percentage van personeelsbehoud. Een vergelijking op basis van vergelijkbare omstandigheden wijst op extra jaarlijkse kosten van ongeveer USD 200,000 per schip, als gevolg van de vereisten voor de samenstelling van de bemanning (21 bemanningsleden per schip, waarvan 25% uit de EU afkomstig is). Vermits in 2025 twee schepen werden geleverd, worden de bijkomstige kosten geschat op USD 400,000. Kosten in verband met regelgeving We zijn actief in een sterk gereguleerde sector, wat leidt tot bijkomende kosten. Als we specifiek kijken naar regelgeving op het gebied van duurzaamheid, zijn de grootste kostenposten verbonden aan CSRD-conforme rapportage, de EU-emissiehandelssystemen (EU ETS) en FuelEU Maritime. Voor deze laatste twee regelgevingen definiëren we duidelijk de financiële verantwoordelijkheid voor naleving tussen de contractpartijen, inclusief specifieke bepalingen die betrekking hebben op de daarmee samenhangende kosten binnen de tijdcharterovereenkomsten. Het niet naleven van de regelgeving kan echter aanzienlijke juridische en financiële kosten met zich meebrengen. Op 31/12/25 hadden we ongeveer 1,8 miljoen USD aan uitstaande EU-emissierechten die in 2026 moeten worden vereffend. Daarnaast is EXMAR een groot voorstander van de implementatie van het Net-Zero Framework van de IMO: een regelgevend kader voor de hele sector dat bindende broeikasgasnormen en een wereldwijd koolstofprijsmechanisme voor de scheepvaart voorschrijft. In november 2025 werd het besluit over het Net-Zero Framework echter met een jaar uitgesteld, waardoor de scheepvaartsector in een vacuüm terechtkwam. Als gevolg daarvan twijfelen juridische, commerciële en ESG-teams over hoe ze de strategieën voor decarbonisatie op koers kunnen houden, terwijl de verwachtingen voor formele regelgeving nog steeds onzeker zijn. 3.1.3.3.4 Niet-materiële onderwerpen De DMA heeft er ook toe geleid dat verschillende onderwerpen als 'niet-materieel' zijn aangemerkt, waardoor de bijbehorende ESRS-onderwerpen niet- materieel werden bevonden. Deze zijn bijgevolg niet opgenomen in dit verslag:  ESRS E2: Vervuiling  ESRS E3: Water en mariene hulpbronnen  ESRS E4: Biodiversiteit en ecosystemen  ESRS E5: Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie  ESRS S2: Werknemers in de waardeketen  ESRS S3: Getroffen gemeenschappen  ESRS S4: Consumenten en eindgebruikers De redenen voor het niet-materieel zijn van bovenstaande normen worden uiteengezet in Bijlage 1: Toelichting voor niet-materiële onderwerpen. ESRS E1 over klimaatverandering is wel relevant voor EXMAR, maar dat de sub topics klimaatadaptatie (ESRS E1-1) en energie (ESRS E1-5) zijn dat niet. De argumenten hiervoor zijn als volgt:  Aanpassing aan klimaatverandering: Extreme weersomstandigheden die leiden tot onveilige situaties of vertragingen vormen geen materieel risico, aangezien de schepen van EXMAR zijn gebouwd om slecht weer te weerstaan. Bovendien kunnen schepen worden omgeleid om slecht weer te vermijden of te schuilen.  Energie: Het totale energieverbruik van EXMAR is minimaal (zie Hoofdstuk 3.1 – Milieu). Onze scope 1- en 2-emissies, en dus ook het totale energieverbruik, zijn zeer beperkt. Bovendien zijn de mogelijke gevolgen van de volatiliteit van de energie- en grondstoffenmarkten (bijvoorbeeld grotere onzekerheid in de financiële planning en de prognoses voor belangrijke grondstoffen, wat leidt tot hogere kosten voor risicobeheer) meer van toepassing op de olie-industrie dan op de gasindustrie. EXMAR vervoert geproduceerde lading, die deel uitmaakt van een industrieel proces. Bijgevolg werken we voornamelijk met middellange- tot langetermijncontracten en slechts in uitzonderlijke gevallen op spotbasis.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzgyMw==